Beoordelingseenheden in een bouw- en infraopleiding
Beroepstaken
Iedere beoordelingseenheid is onderverdeeld in beroepstaken, de werkzaamheden die de leerling moet kunnen. Deze staan bovenaan de uitwerking per beoordelingseenheid.
Toetsing
Onder het kopje toetsing staat hoe de leerling wordt getoetst. Dat gebeurt sowieso via een praktijktoets en een theorietoets. Soms moet de leerling ook nog een tekentoets maken. De praktijktoets wordt meestal afgenomen op de werkplek van de leerling. De leermeester beoordeelt de praktijktoets. Sommige praktijktoetsen kunnen ook worden afgenomen op het opleidingsbedrijf, door de instructeur. In beide gevallen geldt dat het cijfer voor de praktijktoets meetelt voor het diploma van de leerling. De theorie- en tekentoetsen beoordeelt de docent van het roc.
Ervaring opbouwen
Voordat de leerling een beoordelingseenheid kan afronden, moet hij ervaring opdoen. Dit gebeurt onder begeleiding van de leermeester. De uitwerking van de beoordelingseenheid geeft per beroepstaak aan wat voor werkzaamheden de leerling kan doen.
Uitvoering praktijktoets
De leermeester zoekt een geschikte werkopdracht om de praktijktoets af te nemen. Minimaal vier van de beroepstaken, die onder de beoordelingseenheid vallen, moeten in die werkopdracht terugkomen.
Niveau praktijktoets
Met een tekening of foto geeft de uitwerking aan wat voor niveau de praktijktoets moet hebben.
De beoordeling
Op de uitwerking van de beroordelingseenheid staan de punten waarop de leermeester de leerling moet beoordelen. Deze punten staan ook op het beoordelingsformulier.