BPVnet: digitale trajectmap voor niveau 4
De leermeester, leerling en docent loggen in dezelfde digitale omgeving in, zodat zij voortdurend de competentieontwikkeling van de leerling kunnen volgen. BPVnet kan geïntegreerd worden in de eigen elektronische leeromgeving van het roc. Voor BPVnet zijn handleidingen beschikbaar die de gebruiker helpen om snel aan de slag te gaan.
Het gebruik door de docent
De docent is verantwoordelijk voor het verloop van de beroepspraktijkvorming. De docent is daarom degene die de leerling toegang geeft tot BPVnet. Per leerling kan de docent de competentieontwikkeling volgen, beoordelen en rapportages maken. Het is de taak van de docent om aan te geven dat een beroepstaak afsluitend beoordeeld moet worden door de docent en de leermeester. Behalve per leerling kan de docent ook groepsrapportages maken, zodat hij alle leerlingen goed kan monitoren. De docent krijgt per e-mail de verzoeken om in actie te komen. Ook ziet de docent meteen na het inloggen welke acties van hem of haar worden verwacht. Daardoor verhoogt BPVnet de betrokkenheid bij de stages en ziet de docent snel wanneer een leerling extra begeleiding of sturing nodig heeft.
Het gebruik door de leerling
Via BPVnet bouwt de leerling een digitaal portfolio op. Dit portfolio neemt hij mee naar de volgende stage en na het afstuderen. De leerling is actief bezig met BPVnet. De docent en leermeester krijgen via de e-mail een melding als er iets van hen wordt verwacht. BPVnet legt niet alleen vast dat iemand zijn opleiding heeft afgerond, maar laat ook zien hoe de leerling dit heeft gedaan en welke opdrachten hij tijdens zijn opleiding heeft uitgevoerd.
Het gebruik door de leermeester (stagebegeleider)
Iedere leerling heeft een eigen omgeving op BPVnet. De docent van het roc en de leermeester bij het leerbedrijf hebben toegang tot die omgeving, zodat ze het portfolio van de leerling in kunnen zien. Via BPVnet kan de leermeester het bpv-plan goedkeuren, de urenverantwoording controleren en de deelnemer beoordelen. De leermeester krijgt via e-mail een verzoek om in actie te komen, zo gauw de deelnemer een taak afrondt of een beoordeling wil. Na het inloggen ziet de leermeester meteen welke actie van hem wordt verwacht. Bovendien is het voor de leermeester goed inzichtelijk waarop hij of zij moet beoordelen.
De onderdelen in BPVnet
Alles wat nodig is voor de beroepspraktijkvorming is te vinden in BPVnet:
- Lijst met erkend leerbedrijven; de deelnemer kiest uit deze lijst de organisatie waar hij of zij de beroepspraktijkvorming (stage) gaat doen.
- Beroepstaken; bij elke opleiding horen beroepstaken. De deelnemer zet in zijn of haar bpv-plan met welke beroepstaken hij of zij aan de slag gaat. De beroepstaken komen overeen met de werkprocessen in het kwalificatiedossier.
- Referenties; een bpv-plan wordt altijd gekoppeld aan een referentie. Dit zijn voorbeeldprojecten, die echt zijn uitgevoerd. Van deze referentieprojecten is vastgesteld in welke mate en voor welke beroepstaken ze de norm zijn.
- BTG-criteria; van elke beroepstaak ligt vast waarop beoordeeld moet worden. Deze beoordelingscriteria zijn de beoordelingsstandaard voor de niveau 4-opleiding. De criteria zijn de praktische normen van de beschrijvingen uit het kwalificatiedossier.
Beginnen met BPVnet
Elk roc die de opleiding Middenkaderfunctionaris bouw & infra geeft, kan aan de slag met deze digitale leeromgeving. Met de handleiding kan de docent snel beginnen. Meer informatie over de implementatie en de kosten zijn verkrijgbaar via de adviseur Beroepsonderwijs. Informatie is ook te verkrijgen via de supportdesk.
