“Vroeger legde ik asfalt, nu keur ik het”
Je bent sinds kort assistent-asfaltlaborant. Wat deed je daarvoor?
“Ruim tien jaar geleden ben ik bij Rasenberg gekomen. In de praktijk heb ik het vak geleerd van machinist op de asfaltmachine. In de avonduren heb ik het diploma vakman gww gehaald en daarna het diploma voor machinist. Ik had het idee dat ik goed bezig was. Op het werk nam ik er meer taken bij: de personeelsbus rijden, werk indelen en het onderhoud van de asfaltmachine. Feitelijk werkte ik als assistent-uitvoerder.”
Waar begonnen voor jou de problemen?
“De werkdruk ging flink omhoog en tegelijkertijd liep het werk stroef. Er kwamen steeds meer ingehuurde krachten. Deze mensen hadden een andere motivatie dan ik. Ik kreeg het gevoel dat ik voor een tien ging, terwijl zij een zes genoeg vonden. Ik liep constant te stressen. Ik was alleen maar met werk bezig. De lol van het machinistenwerk ging eraf. Daarbij ging ik me ook wat te gepeperd uitdrukken ten opzichte van mijn collega’s.”
Wat heb je eraan gedaan?
“Ik twijfelde of ik zou solliciteren op de vacature voor menger op de asfaltcentrale in Breda. Mijn werkgever had me liever als machinist. Ik kon niet besluiten. Om te bekijken welke mogelijkheden er voor mij waren, ben ik naar trajectadviseur Erwin van Peppen van het Loopbaantraject in Tilburg gegaan. Hij nam een beroepentest af. Het bleek dat ik de capaciteiten had voor een kaderfunctie.”
Wat waren de reacties op je werk?
“Mijn werkgever was verbaasd dat ik mijn eigen weg zo had uitgestippeld. Toen kwam er een vacature voor een asfaltlaborant. Daarvoor kwam ik in aanmerking. Nu volg ik de opleiding voor asfaltwegenbouwlaborant. Op dit moment sta ik op deze nieuwe weg ons product te keuren. Vroeger legde ik het, nu keur ik het.”
Eerder verschenen in Bouwen, april 2011